Let op: om deze website goed te kunnen gebruiken is het noodzakelijk om Cookies aan te zetten. Meer informatie...

Hulp in benauwdheden

een waargebeurde geschiedenis uit de bange oorlogsjaren 1940/1945

H. Nieuwenhuize

Prijs: € 14,95
Voorraad#stock_type# onbekend
(Geen beoordelingen)
Delen:
Productspecificaties
EAN : 9789076466873
Auteur(s) : H. Nieuwenhuize
Taal : Nederlands
Onderwerp : Oorlog en vrede
Uitgever : Uitgeverij De Ramshoorn
Verschenen : September 2013
Uitvoering : Hardcover
Conditie : Nieuw
Pagina's : 350
Afmetingen : 227 x 154 x 22 mm
Gewicht : 704 gram
Beschrijving

Hulp in benauwdheden H. Nieuwenhuize

Hubrecht Nieuwenhuize moet in de oorlog Yerseke verlaten om als dwangarbeider in het Ruhrgebied te gaan werken. Hij mag wonderlijk gespaard blijven.

9789076466873
Van 24,95 voor 14,95

L.S.,
Hulp in benauwdheden is de titel van dit boek, dat ons een beeld geeft van een waargebeurde geschiedenis uit de bange oorlogsjaren 1940-1945.

De schrijver zelf tekent aan dat er plaatsen zijn waar gedenkwaardige stenen lagen. Het zijn herinneringen van Gods bewaring, hulp en leiding in gevaren. 'Plaatsen die ik nooit vergeten mocht, maar ook nooit vergeten kon' (blz. 18).

De schrijver neemt ons mee in moeilijke omstandigheden en ook grote zorgen omtrent de bange oorlog en haar jammerlijke gevolgen. Benauwde ervaringen maar ook veel uitreddingen en onderhoudingen worden ons beschreven.

De auteur wijst de lezers echter ook heen naar de ware Hulp in alle benauwdheden.

Ik laat hem zelf aan het woord: 'Wel acht ik ze driewerf gelukkig, die hier op aarde in hun leven de vernieuwing des harten uit genade mogen deelachtig worden. Dan komt de dood nooit zo onverwacht, of wij kunnen ook sterven.'

Och, dat het alles ook ons deel mocht worden, de Troost in leven en sterven. In dit boek wordt een gouden draad van Gods bewarende genade beschreven. Moeilijke en zware momenten, zoals het afscheid nemen van hen die hem lief waren. In het bijzonder van zijn geliefde moeder, die hij na al de omzwervingen bij zijn thuiskomst niet meer heeft gezien, daar ze ruim een maand voor zijn thuiskomst is overleden. Wie zal zijn smartelijke teleurstelling kunnen peilen, die hem toen overkwam?

Het is een makkelijk leesbaar boek. Van harte willen wij dit boek aanbevelen. Dat na dit lezen het nageslacht en ook de lezers zich zouden haasten om huns levens wil. En zij en wij in alle waarheid Psalm 143:11 mochten zingen.

Laat Uwe gunst mij niet begeven.
Schenk mij, om Uwes naams wil, leven.
Laat mijne ziel, die tot u schreit,
Van haar benauwdheid zijn ontheven,
Red mij om Uw gerechtigheid.

Ds. C. van Krimpen Yerseke

Toen Jakob in zijns vaders huis,
Nog niets verstond van druk of kruis,
Toen had hij niets te hopen.
Maar toen hij op zijn eenzaam pad,
Niets dan een steen tot peluw had,
Toen ging de hemel open.

Inhoud

Ter inleiding
1. Levend tussen hoop en vrees
2. De Tweede Wereldoorlog breekt uit
3. Mijn verblijf in Amsterdam
4. Afscheid van thuis en een bemoediging
5. Aan het werk in Duisburg
6. Kerst, Oud- en Nieuwjaar 1943-1944
7. Tegenslagen
8. De Duitse Wehrmacht verzwakt
9. Uitgered
10. In het dal van de schaduwen des doods
11. Een donkere tijd met vele gevaren
12. De laatste maanden van 1944
13. Ons begin van het jaar 1945
14. Vertrek uit Duisburg
15. Het bittere Mara
16. Gedwongen treinreis vanuit Hattingen
17. De moeilijke tocht
18. De aankomst in Beverungen aan de Weser
19. Korte rust in Minden en dan naar Nammen
20. Nammen en de hoeve van de familie Hartmann
21. Zwerftocht via Lauenau naar Einbeckhausen
22. Mijn gewaagd plan
23. Mijn bevrijding in Rehren
24. De terugkeer naar Zeeland
25. Verblijf in Maastricht
26. Een droevige thuiskomst

Ter inleiding

Vaak heb ik bij het overdenken en schrijven van de navolgende geschiedenis gedacht aan het volk van Israël tijdens hun verdrukking in Egypte. Wat zullen zij uitgezien hebben naar de dag, waarop zij verlost zouden worden van de knellende banden van Farao.

Maar toen zij na hun ontkoming aan de oevers van de Schelfzee het lied van hun overwinning zongen, wisten zij niet dat hun nog een lange, harde woestijnreis wachtte. In korte tijd hadden ze in Kanaän kunnen zijn, maar zo was de wil des Heeren niet. Er staat: 'De Heere leidde het volk om.' Eerst zouden zij nog een lange omweg moeten gaan met vele bittere ervaringen, voordat zij het beloofde erfdeel in bezit zouden kunnen nemen. Veel van deze ervaringen zijn ook ons deel geweest.

Als weerlozen werden we door de vijand gedwongen om ons vaderland te verlaten om in een vreemd en vijandig land te gaan werken. We zaten dicht bij de vaderlandse grens. Daarom hadden we altijd hoop dat, als daar eenmaal de bevrijders zouden komen, we binnen korte tijd weer als vrije mensen huiswaarts zouden kunnen gaan. Het zou voor ons echter een lange omweg worden, voordat het zover mocht zijn.

In plaats van terug naar huis, werden we weggevoerd over onbekende wegen met veel gevaar, honger en kou. Wel meer dan 300 kilometer ver werden wij het land van de vijand binnen gevoerd, voordat wij op de plaats kwamen waar het uur van onze bevrijding zou slaan. Over de bijna eindeloze wegen moesten wij ook vele 'Mara's' passeren. Als het ware van alles verlaten moest ik in ballingschap ellendig omzwerven. Omdat ik geen onderdak had, wist ik niet of er voor mij 's avonds een rustplaats voor de nacht te vinden zou zijn.

Gelukkig waren er ook 'Elims' op onze weg, plaatsen waar ik me verkwikken en rusten mocht. Daar kon ik even op adem komen en mijn wonden verzorgen, totdat de dag van de bevrijding aanbrak. Toen werden eindelijk de knellende banden verbroken en kon ik ongehinderd huiswaarts keren en zeggen: 'Eben Haëzer'. Want tot hiertoe had de Heere mij geholpen en Zijn wonderen groot gemaakt. Ze waren meer dan ik kon uitspreken.

Ook heb ik onder dit alles het volgende mogen opmerken: De Heere had aan het volk van Israël een Kanaän ten erfdeel beloofd; een land, vloeiende van melk en honing. Deze belofte zou ten volle aan hen vervuld worden als zij na hun verlossing uit Egypte het hun toegezegde erfland zouden hebben ingenomen. Er lag echter tussen deze belofte en haar vervulling een lange, onbekende woestijnreis met vele smartelijke ervaringen. Deze wegen waren meestal het tegendeel van datgene wat hun was beloofd. Nochtans was het Gods weg en waren zij onder Zijn geleide. En degenen onder hen die de Heere mochten volgen en op Hem wachten, hebben reeds tijdens de woestijnreis bij tijd en wijle iets van dat beloofde goed mogen ontvangen. En wel zodanig, als schenen zij reeds in het beloofde land te zijn. Dan kan daar uit de rotssteen een stroom van verkwikkend water vloeien.

Zo mocht ik tijdens mijn omzwervingen ondervinden dat de Heere, uit vrije gunst, altijd weer helpen en uitredden wil diegenen die het van Hem verwachten. Hoe wonderlijk heeft Zijn hand mij bewaard, geleid en geholpen in en door vele gevaren, die ons zonder ophouden bedreigden. Wij, weerlozen, overgeleverd aan de macht van de vijand, hadden niets in te brengen.

Het leek dat ik een kromme weg moest gaan, maar toch was het een rechte weg. Na vele omzwervingen mocht ik behouden in mijn vaderland terugkeren.

Vele jaren zijn inmiddels voorbijgevlogen. Bij het lezen mag u alles lezen en herdenken wat ik echt meegemaakt heb. Bedenk het voorrecht dat u leven mag in een vrij land te midden van ongekende weelde. We hebben overvloed aan voedsel en alles wat we iedere dag nodig hebben. We kunnen ongestoord opgaan naar Gods huis. En wat al niet meer? Te veel om op te noemen.

Velen beseffen echter niet welke grote zegeningen al deze gaven zijn. In oorlogsjaren was het zo heel anders. Wij moesten zoveel ontberen van datgene wat we niet kónden missen. Boven alles ontbrak ons onze vrijheid, de vrijheid die ons allen zo dierbaar is.

Dat Gods zegen het geschrevene mag vergezellen is de wens van de schrijver!

Ik dacht bij 't melden der gevaren
Nog aan Uw gunst van vroeger jaren.
Ik tracht Uw werken na te gaan
O God, wie kan U evenaren?
Hoe heerlijk zijn Uw wonderdaân!


1. Levend tussen hoop en vrees

'Huib, wordt eens wakker!' Het is midden in de nacht als ik door deze uitroep wakkerschrik. Een van mijn kameraden hamert met zijn vuist tegen de rand van mijn krib, terwijl hij met harde stem roept: 'Er dreigt gevaar! De stad wordt beschoten'. Op deze manier probeert hij al de kamergenoten wakker te maken.

Het was in de nacht van 3 op 4 maart 1945. We waren nog maar net in onze eerste slaap toen wij op deze plotselinge wijze gewekt werden. Iedereen kwam overeind en vroeg wat er eigenlijk aan de hand was. Na enige tijd drong het tot ons allen door dat er groot gevaar dreigde. Gevaar voor ons, lagerbewoners* van de Demag-fabrieken in Duisburg.

*kampbewoners

Hoe vaak waren wij 's nachts al uit onze slaap gewekt en moesten we overhaast vluchten naar de schuilkelder om daar beschutting te vinden. De sirene met zijn angstaanjagend geloei vertelde ons dat er vliegtuigen in aantocht waren, die mogelijk onze stad zouden aanvallen en hun bommenlast op deze, reeds gebroken en ongelukkige stad zouden laten neerdalen. Deze nacht bedreigde ons een ander gevaar. De Amerikaanse legers die al vanaf het begin van het jaar het Rijnland steeds dieper binnendrongen, waren nu tot aan de oevers van de Rijn, vlak voor Duisburg gekomen. Van daaruit werd onze stad beschoten. De overvliegende granaten vertelden ons dat het menens was. Wij waren frontgebied geworden, met al de gevaren daaraan verbonden. Je wilde dan wel weg uit de barak om een veilige schuilplaats te zoeken. Het gierende geluid van de projectielen hoorde je over onze barak gaan. We pakten dan al onze bezittingen zo snel mogelijk bij elkaar en verlieten onze kamer en het kamp zo snel mogelijk om in een van de kelders van de fabriek beschutting te zoeken.

In de kelder onder de smederij hadden wij al meer 'gewoond'. Dat was na het vreselijke bombardement van oktober vorig jaar, waarbij bijna het gehele kamp verwoest werd. Je hoefde dan bij alarm, dat meestal 's nachts kwam, niet uit je bed, want je zat dan al in de schuilplaats.

Met spanning zagen wij uit naar de dingen die komen zouden. Kwam de nu zo lang verwachte bevrijding?

De volgende dag was het zondag. Het was een sombere dag in een eveneens sombere stad, nu er zoveel verwoest was na de vele luchtaanvallen die over haar heen waren gegaan. Vele stadswijken waren in puinhopen veranderd.

Te midden van deze ruïnestad bevonden wij ons met vele Hollanders en andere buitenlanders uit bijna alle landen van Europa. Wij waren gedwongen om hier, op deze fabriek, te gaan werken. Sommigen zaten hier al enkele jaren. Allen verlangden wij sterk naar het einde van de oorlog, om hier weg te kunnen gaan. Nu was er hoop, een lichtpuntje gekomen. De geallieerde legers lagen voor de stad! Ze eisten overgave of anders werd wat nog overeind stond ook in puin geschoten. Zou nu eindelijk de zo langverwachte bevrijding komen? Zouden wij nu verlost van het knellende juk van de vijand naar huis mogen gaan?

Iedereen verlangde sterk naar huis. Zelf had ik sinds vorig jaar september niets meer van thuis vernomen. Het was dus wel te begrijpen dat ik met verlangen uitzag om naar mijn huisgenoten, het bijzonder mijn geliefde moeder, terug te mogen keren. Ook in ons thuisland was in die tussentijd hevig gevochten. Wat kon er al niet gebeurd zijn? Bange vragen vervulden ons hart. Onzekerheid knaagde. Er bleef niets anders over dan om elkaar in het gebed op te dragen aan Hem Die al onze wegen en paden kende. Voor Wie niets verborgen is en die ook in deze donkere nachten ons bewaren kon. Zelfs in de grootste gevaren, die ook nu weer dreigden. Het was dan ook des Heeren bewarende hand dat wij nog mochten zijn in het land der levenden, in onderscheiding van zoveel anderen, die hier het leven hadden gelaten en nu rustten tussen het puin en op het kerkhof van deze stad. Ver weg van hun geliefden.

Al enkele maanden hadden wij het front dichterbij horen komen. Onheilspellend bulderde dag en nacht het geschut en als het 's avonds donker werd, kleurde de westelijke hemel rood. Dit alles vertelde ons dat daar hevig gevochten werd. Nu was het front tot bij ons genaderd. Wij begrepen zeer goed dat er heel wat kon gaan gebeuren als straks, met inzet van alle krachten, de strijd boven onze hoofden zou losbarsten. Wat zou er met ons gebeuren te midden van al deze Duitsers die tot alles in staat waren? Wij zaten tussen twee vuren in en van geen van beide was toegeven te verwachten.

Op een van de muren van een grotendeels ingestort gebouw hadden sterfelijke handen geschreven: 'Wij capituleren niet', en iets verder: 'Muren breken, maar onze harten niet'. Ja, dat gesnoef kenden wij maar al te goed. In het begin van de oorlog gaf Hitler de garantie dat niet één vijandelijk vliegtuig boven het Ruhrgebied zou komen! Als je nu om je heen keek, dan was deze belofte wel een bespotting geworden. 'Adolf, waar komt al dat puin toch vandaan?' Hele stadswijken waren weggebombardeerd. Het winkelcentrum was geheel uitgebrand. Alleen de kale muren stonden nog overeind, als schreeuwende vragers naar de garantie. Wie zou de vliegtuigen tellen, die over dit gebied hun vluchten namen en hier hun allesvernietigende last lieten vallen?

Een Yersekse dwangarbeider in Duitsland (1940-1945).
Tegen zijn wil moet Hubrecht Nieuwenhuize het rustige Zeeuwse dorp Yerseke verlaten om in een van de grauwe fabriekssteden in het Duitse Ruhrgebied te gaan werken voor de vijand.
Onder barre omstandigheden wordt hij geplaatst in een leger. Maar toch mag hij ervaren dat er een Hulp is in benauwdheden.
De auteur, woonachtig in Yerseke, heeft zijn ervaringen treffend weergegeven en wil deze boodschap doorgeven. Het boek is rijk geïllustreerd en voorzien van foto's, tekeningen e.d. wat het tot een aantrekkelijk geheel maakt.

Velden met een * zijn verplicht