Denken met het hart
Christelijke filosofie in de traditie van Augustinus en Calvijn
Bas Hengstmengel
| EAN | : | 9789058816719 |
| Auteur(s) | : | Bas Hengstmengel |
| Taal | : | Nederlands |
| Onderwerp | : | Filosofie |
| Reeks | : | Verantwoording (32) |
| Uitgever | : | Buijten en Schipperheijn B.V., Drukkerij |
| Verschenen | : | Augustus 2012 |
| Druk | : | 1 |
| Conditie | : | Nieuw |
| Pagina's | : | 288 |
| Gewicht | : | 476 gram |
Recensies
NBD Biblion
15-06-2015
Dit lijvige boek, een bescheiden maar gedegen en gedetailleerde geschiedenis van de gereformeerde filosofische traditie, is ontstaan uit een paper dat de auteur als student filosofie aan de Erasmus Universiteit bij Ger Groot en Roel Kuiper schreef. Het Augustijns-Calvinistische denken wordt gekarakteriseerd als denken met het hart: waar godskennis en zelfkennis samenkomen, denken met het hoofd vanuit het hart. De auteur begint bij Augustinus en laat zien hoe de Augustijnse traditie zich in de middeleeuwen verhield tot de Thomistische. Vervolgens wordt het denken van Calvijn besproken, dat de inspiratie was voor het latere neocalvinistische denken van Abraham Kuyper en Herman Bavinck. Het hoogtepunt van het boek is een uitgebreide beschrijving van het vrijwel vergeten denken van Herman Dooyeweerd (Wijsbegeerte der Wetsidee), waarna dit in gesprek wordt gebracht met de filosofie van de Amerikaanse godsdienstfilosoof Alvin Plantinga en zijn reformed epistemology. Erg knap boek, goed geschreven, dat wellicht een standaardwerk gaat worden voor de gereformeerde filosofie in Nederland.
Literatuurplein.nl
26-06-2015
Wie de titel ziet, kan licht denken dat dit een boek voor de schaarse liefhebber en de fijnproever is. Daar is echter niets op tegen. Ook fijnproevers moeten aan hun trekken komen en die kunnen hier hun “hart” ophalen. De titel geeft dat al treffend aan. Er is een denken met de rede, maar ook een denken met het hart.
De schrijver zet in met Augustinus (354-430). Deze grote denker deelde de wereld in twee domeinen in. Er is de stad van God (Civitas Deï) en er is de stad van de wereld (Civitas Mundi). Het zijn twee fundamenteel tegengestelde geestelijke en morele krachten die een permanente strijd met elkaar voeren. Het is een worsteling om de ziel (het “hart”) van de mens. De strijd woedt niet alleen in de samenleving, maar ook in het innerlijk van de mens. In het hart zetelt zowel het denken als het gevoelsleven van de mens. Christelijke filosofie is dan ook “denken met het hart”.
Calvijn (1509-1564) zit op een vergelijkbare lijn. De menselijke rede kan geen goede gids zijn. De rede kent haar grenzen niet en kan gemakkelijk de verkeerde richting in slaan. De mens moet zich toeleggen op kennis van God en op zelfkennis. Calvijn stelt dat geloven de hoogste vorm van kennis is.
Abraham Kuyper (1837-1920) spreekt van de antithese. De scheidslijn die de wereld in tweeën deelt, is de kloof tussen gelovigen en ongelovigen. Deze twee wereldbeschouwingen worstelen met elkaar in een strijd op leven en dood. Kuyper organiseerde zijn aanhang zoals een legerbevelhebber zijn troepen mobiliseerde en bond de strijd aan met de krachten van het ongeloof.
Herman Dooyweerd (1894-1977) en Alvin Plantinga (geboren in 1932) zijn de laatste vertegenwoordigers van de Augustijne grondlijn, die in dit boek worden besproken.
Met voorbijgaan van Dooyweerd, noem ik nog een kenmerk uit het denken van Plantinga.
De bijdrage van Plantinga in het debat over de relatie tussen wetenschap en geloof is belangrijk. Volgens Plantinga eist de klassieke wetenschap voor elke overtuiging bewijs en argumentatie. Maar voor de naturalistische grondslag van de klassieke wetenschap, namelijk de overtuiging dat er niets is behalve het waarneembare, ontbreekt het bewijs. Het uitgangspunt dat er alleen natuur is en geen God is een hypothese. Een tweede punt waar Plantinga op wijst is dat de klassieke wetenschap kennis beperkt tot het rationele. Plantinga verbreedt ons kennisbegrip. Ook getuigenissen, herinneringen, morele overtuigingen en religieuze overtuigingen kunnen tot kennis gerekend worden. Die basisovertuigingen hoeven niet bewezen te worden. Rechters aanvaarden getuigenissen en herinneringen, baseren er zelfs hun uitspraak op. Zo is het ook met het bestaan van God. Het bestaan van God is voor de gelovige een basisovertuiging die niet noodzakelijk bewezen hoeft te worden. Waarom zou een gelovige zich met bewijzen moeten verantwoorden tegenover een ongelovige? De klassieke wetenschap is niet neutraal, maar net zo goed een overtuiging waarvan het basale uitgangspunt niet bewezen is.
De bijdrage van christelijke filosofie aan het wijsgerig debat is tot op de dag van vandaag waardevol. Gaat het om het hoofd en de koele ratio of om het hart, wat veel breder is en meer diepgang heeft. Willen we een samenleving waarin de technologie voorop gaat en ethiek en moraal volgen? Of draaien we het om en ijken we technologie eerst op morele en ethische merites voor we nieuwe vondsten toepassen?
Het is allemaal boeiend, interessant en van gewicht. Het gaat om de wortels van ons bestaan en de inrichting van de samenleving. De interesse daarvoor zou groot moeten zijn en verder moeten reiken dan af gaan op wat rationeel mogelijk is geworden. Christelijke filosofie wijst grenzen aan en stelt kaders voor het menselijk handelen. Overschatting van de menselijke vermogens leidt tot zelfdestructie.
De auteur Bas Hengstmengel is volgens de achterflap van het boek filosoof, jurist en psycholoog. Hij schrijft op een heel bevattelijke manier, trekt vaardig de grote lijnen van Augustinus tot Plantinga en is erg goed thuis in zijn onderwerp.
Kortom, dit is een prima boek. Het toont aan dat christelijke filosofie op hoog niveau mee doet in het wetenschappelijk debat. Ook mensen die zich rekenen tot het terrein van de “Civitas Mundi” kunnen er baat bij hebben zich te verdiepen in de redenering van diegenen die uit gaan van de “Civitas Deï”.
Reformatorisch Dagblad
01-07-2015
Wat heeft geloof met de rede te maken? Bas Hengstmengel laat overtuigend zien dat er een respectabele school van filosoferen bestaat in de gereformeerde traditie, die teruggrijpt op zowel Calvijn als Augustinus.
Bas Hengstmengel is filosoof, jurist en psycholoog en verbonden aan de faculteit wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In ”Denken met het hart” beschrijft hij het denken van Augustinus, de periode van de middeleeuwen (Thomas van Aquino, Duns Scotus, Ockham en het nominalisme en de invloed op Luther), Calvijn, het neocalvinisme (Kuyper, Bavinck), Herman Dooyeweerd en Alvin Plantinga. Hij eindigt met meer systematisch opgezette hoofdstukken over de ”Augustijnse christelijke filosofie”, de metafysica en wijsgerige theologie.
Het accent ligt op Herman Dooyeweerd en Plantinga. Daarmee is ook de toon gezet van de wijsgerige traditie, namelijk die van het neocalvinisme, waartoe Dooyeweerd en Plantinga ook in
kerkelijk opzicht behoorden (in de Nederlandse en de Noord-Amerikaanse variant). Beide denkers plaatsen zich nadrukkelijk in de gereformeerde traditie en beroepen zich even sterk op Calvijn. De invalshoek is wel anders: Dooyeweerd vanuit de wijsgerige traditie van Europa, Plantinga vanuit de Anglo-Amerikaanse analytisch wijsgerige traditie. Dooyeweerd is geïnteresseerd in de analyse van werkelijkheidsstructuren en van de ”theoretische denkhouding”, een wijsgerige fundering voor een neocalvinistische wetenschapsbeoefening, Plantinga beoogt vooral een wijsgerige verdediging van het theïstisch geloof. In de augustijnse christelijke filosofie wordt een specifiek christelijke wereldbeschouwing of denkwijze geformuleerd die een tegenwicht wil bieden aan het naturalisme, subjectivisme, nihilisme en relativisme. Het neocalvinistisch perspectief, zoals we dat bij Dooyeweerd en Plantinga tegenkomen, heeft iets strijdbaars, activistisch, waardeert ook de rede met name bij Plantinga als min of meer neutraal instrument. Het wijsgerig-technische denken is volgens Plantinga als zodanig neutraal. „Het gaat om de inzet,
de inhoudelijke voeding en het doel ervan”, zo becommentarieert Hengstmengel zijn denken. Er bestaat volgens Plantinga ook geen fundamenteel verschil tussen theologie en filosofie. Zowel Dooyeweerd als Plantinga claimt een christelijke filosofie te hebben ontwikkeld.
”Denken met het hart” is een treffende typering van de augustijns-calvinistische traditie: het hart is het religieuze centrum van de mens dat het denken en de filosofie bepaalt. Sterk punt is de opvatting van de integrale persoon en de doorwerking van zonde en genade op alle terreinen van het leven. Hengstmengel: „Het verstand, de rede, is niet los verkrijgbaar. De christenfilosoof kan niet anders dan denken met het hart.” Door de vernieuwing van de Geest ondergaat ook het denken een transformatie.
Hengstmengel heeft met zijn boek een grote dienst bewezen
aan de studie van het christelijk denken. Veel wat er op dit terrein beschikbaar was, was alweer verouderd of weinig toegankelijk geschreven. Zijn boek is leesbaar voor niet-filosofisch ingewijden, terwijl het toch link gedocumenteerd is vanuit de primaire bronnen.
Dat het christelijk denken nog steeds levend is met name
in Noord-Amerika laat dit boek overtuigend zien.
De Nieuwe Koers
05-06-2015
Vijfentwintig jaar geleden was het nog best salonfähig om te praten over de Wijsbegeerte der Wetsidee en de 'calvinistische wijsbegeerte', Daar is een beetje het klad in gekomen, Over Dooyweerd, Van Riessen, Kalsbeek, Eikema Hommes en al die anderen hoor je niet veel meer, Toch gaat een hedendaags denker als Alvin Plantinga in het spoor van deze traditie, waarin onmiskenbaar grote intellectuele kwaliteiten schuilgaan.
Om het zicht te krijgen op deze beweging van christelijke filosofie kun je goed terecht bij Denken met het hart, een overzichtsboek van de hand van Bas Hengstmengel.
Hij pakt de zaak grondig aan, schrijft dik driehonderd dichtbedrukte pagina's vol over de geschiedenis van het christelijke filosoferen vanaf Augustinus. Via de middeleeuwen loopt de lijn langs Calvijn en veel later Dooyeweerd, om in het heden te eindigen bij de genoemde Plantinga. De auteur betoogt niet dat christelijke filosofen zich moeten afzonderen van de hoofdstroom van de filosofie, maar wel dat een christelijk zelfbewustzijn zinvol is als uitgangspunt voor dialoog. Daarbij is 'het hart' van cruciale betekenis, dat voorafgaat aan rationeel weten en argumenteren.
Tjerk de Reus
Visserslatijn
23-10-2015
DENKEN MET HET HART
CHRISTELIJKE FILOSOFIE IN DE TRADITIE VAN AUGUSTINUS EN CALVIJN
Recensent: am. Roel Lammers
Met Denken met het hart hebben we een boek in handen dat het hart van onze civitas raakt. Althans, zo heb ik het ervaren bij de (eerste) bestudering ervan. Wij houden van nadenken en verlangen ernaar in de gereformeerde traditie te staan. Maar gaan die twee eigenlijk wel samen? Calvijn leert ons immers de corruptio totalis, de totale verdorvenheid, de rede incluis. Is er dan wel ruimte voor de beoefening van de wijsbegeerte?
Bas Hengstmengel, die vóór zijn broer Joost studentenpastoor van de Hillegondakerk was en oud-lid van Panoplia is, neemt ons mee in de gereformeerde traditie en stelt de vraag in hoeverre er ruimte gelaten wordt voor de wijsbegeerte in de deze traditie. Wat bedoelt hij precies met gereformeerd? Het heeft betrekking op de brede, door Calvijn gestempelde tak van de 16e eeuwse Reformatie, met inbegrip van het 19e- en 20e- eeuwse neocalvinisme.
In het boek staan dan ook de augustijns-calvinistische wortels ervan centraal. Deze komen tot uitdrukking bij Herman Dooyeweerd (1894-1977) en Alvin Plantinga (1963-heden). Een belangrijk element in Platingas opvatting van christelijke filosofie is de wijsgerige kritiek. Hij neemt van Augustinus het onderscheid over tussen de stad van God en de stad van de wereld (antithese). Verder noemt hij vier kampen, waar hedendaagse christelijke filosofen tegen te strijden hebben: naturalisme, subjectivisme, nihilisme en relativisme. In zijn magnum opus De wijsbegeerte der wetsidee schrijft Dooyeweerd over het keerpunt in zijn denken: de religieuze wortel in het denken zelf.
Het zijn allemaal elementen vanuit de gereformeerde traditie. Deze traditie is niet alleen theologisch georiënteerd, maar heeft ook een levens- en wereldbeschouwing ontwikkeld, die zich uitstrekt over de terreinen van filosofie en politiek.
Alvorens de auteur komt te spreken over Dooyeweerd en Platinga, laat hij zich inspireren door een school van andere filosofen. Hij begint met Augustinus. Heel kenmerkend bij Augustinus denken is de zin: Verus philosophus amator Dei, de ware filosoof is iemand die God liefheeft. Nu zou er een sprong gemaakt kunnen worden naar Calvijn, maar daarmee zou er een gapend gat ontstaan gedurende de Middeleeuwen en de thomistische filosofie. Daarom wordt er nadrukkelijk ingegaan op het denken van Thomas van Aquino en Duns Scotus. Daar Augustinus een synthese aan probeerde te brengen tussen het christendom en neoplatonisme, deed Thomas dit tussen het augustijns-platoonse christendom en aristotelisme. Thomas laat, anders dan Augustinus, ruimte over voor het kennen van God uit waarheden die inzichtelijk zijn voor iedereen die zijn rede gebruikt. Augustinus richt zich louter op de openbaring. Bij Scotus begint er een breuk te ontstaan tussen theologie en filosofie. Volgens Thomas vielen Gods wijsheid en Zijn wil samen. Scotus scheidt beide echter, als gevolg waarvan het goede niet meer in zichzelf goed is, maar door God geboden wordt. Scotus gaat uit van het nominalisme, en niet zoals Thomas van het realisme. Nominalisme verschilt daarin van realisme, dat het empirisch is ingesteld, en niet uitgaat van deductie en autoriteit.
Dan naderen we de Reformatie. Luther verwerpt de godskennis van de natuurlijke theologie (Thomas, Aristoteles). Hij gaat uit van het persoonlijke geloof. Hij verwerpt de institutionele vergeving van zonden, maar benadrukt Gods genade en vergevende liefde. Het komt overeen met Augustinus. Calvijn stemt hiermee in, maar geeft meer ruimte voor de filosofie. Hij heeft niets op met speculatie. Calvijn benadrukt dat de philosophia christiana is gelegen in de onderwerping aan de Heilige Geest en zich voegt onder Christus die leiding geeft. De Geest verlicht de rede. Geloof gaat daarmee voorbij aan de rede, maar geloof en rede staan niet tegenover elkaar. Zonder geloof is de rede namelijk stuurloos. Wel verzet alles zich tegen het bovennatuurlijke (corruptio totalis). De genade transformeert de hele mens, inclusief de rede en de geest.
Tot slot gaat de auteur nog in op het neo-calvinisme: Kuyper en Bavinck. Kuyper heeft het bouwwerk opgericht, Bavinck heeft het vervolgens grondiger doordacht. Heel kenmerkend is dat het neocalvinisme geen theologisch systeem is, maar een levens- en wereldbeschouwing die het hele leven beïnvloedt. Het hart is hierin het religieuze concentratiepunt van de mens. In het hart is de eenheid van het leven. Zonde en verlossing hebben een kosmische impact op de natuur, cultuur en samenleving. Ondanks onze corruptio totalis, is er nog veel goeds in de wereld, dankzij Gods algemene genade.
Na deze behandeling is er ruimte geschept om in de rest van het boek in te gaan op Dooyeweerd en Platinga. Daar ga ik verder niet meer nadrukkelijk op in, maar laat ik over aan de lezer.
Er staan een drietal doelen in het boek centraal. In de eerste plaats verdedigt de auteur de stelling, dat er in de gereformeerde traditie een vruchtbaar filosoferen mogelijk is. Filosoferen is dus niet alleen voorbehouden aan de thomistische traditie. In de tweede plaats wil de schrijver laten zien dat er met een beroep op Augustinus en Calvijn zeer uiteenlopende filosofische uitwerkingen kunnen ontstaan: Dooyeweerd, die georiënteerd is op het continentaal-wijsgerige hoek van het denken, en Platinga, die zich richt op het analytisch-wijsgerige denkveld. In de derde plaats wil de schrijver bijdragen aan een kruisbestuiving tussen denkers die zich meer richten op Dooyeweerd en zij die zich meer door Platinga laten leiden. Naar mijn bescheiden indruk is Bas Hengstmengel hier erg goed in geslaagd, waarvoor lof!
Het boek is namelijk niet alleen een mooi overzicht, maar mondt ook uit in een (originele) stelling:
Denken met het hart. Het hart is de geestelijke kern van de mens. Godskennis en zelfkennis hangen hierin samen. Het hart is de plaats waar ik ben wat ik ben. Bovendien houdt bekering een terugkeer naar het hart in. De mens is immers geschapen tot God. Geloven is de hoogste vorm van kennen. De kennis van de rede en die van de openbaring lopen uit op de kennis van het hart. Met andere woorden: denken met het hoofd, vanuit het hart!
Het boek pretendeerde een eerste kennismaking te zijn met de christelijke filosofie en specifiek met de gereformeerde traditie daarin. De hoofdlijn zou te volgen moeten zijn voor een breed, algemeen ontwikkeld publiek. M.i. is de auteur daar zeker in geslaagd! Mijn verwachting is wel dat de meesten van dat algemeen ontwikkelde publiek het tweede deel van het boek minder goed doorkomen. Hoewel de auteur jargon zoveel mogelijk wil voorkomen, is dit uiteraard niet altijd mogelijk. Denkers als Dooyeweerd en Platinga kunnen dan oppervlakkig beschouwd ondoorgrondelijk lijken. Verder vraagt het boek soms doorzettingsvermogen, omdat het, ondanks dat het ontzettend goed en duidelijk is geschreven, van erg veel kennis en noten is voorzien. Het voordeel van de vele verwijzingen is, dat de geïnteresseerde lezer verder kan studeren op de studies, die in de voetnoten zijn opgenomen. Het boek is zeer geschikt in kring-verband. Het zou te overwegen zijn in een volgende druk handleidingen hiervoor in het boek op te nemen. De civitas zou er bij gediend zijn.
Bij wijze van slotsom sluit ik met twee stellingen van Herman Bavinck, die het denken met het hoofd, vanuit het hart tot uit uitdrukking willen brengen:
Verus philosophus amator Dei de ware filosoof is iemand die God liefheeft Christianus verus philosophus de christen is de ware filosoof (om de syllogisme rond te maken: de christen heeft God lief).
Hoe dan ook, koop dit boek en aan de studie…!
De Civitate
17-12-2015
In Denken met het hart ontwikkelt Bas Hengstmengel een narratief van een christelijke filosofie, van Augustinus via Calvijn naar Herman Dooyeweerd en Alvin Plantinga. Onderweg schenkt de auteur bovendien ruim aandacht aan Thomas van Aquino, middeleeuwse scholastici, Abraham Kuyper en Herman Bavinck. Daarmee is gelijk gezegd hoe omvattend het werk is dat Hengstmengel heeft geschreven. Denken met het hart beoogt een voorbeeld te geven van de mogelijkheid van filosofie in de gereformeerde traditie. De centrale vraag is dan ook: wat is christelijke (of gereformeerde) filosofie? Dat is denken met een (brandend) hart. Nadenken, in beantwoording aan het van God geschonken Woord en Zijn liefde, dienstbaar aan Hem en de naaste. Het gaat om het hart, omdat daarin de identiteit van een mens verborgen ligt. Het is ook de plek van de bekering tot de Heere. Daarmee lijkt Hengstmengel misschien te suggereren dat 'denken met het hart' niet zomaar een optie is, maar in een bepaald opzicht normerend. Het antwoord past de diepzinnige misschien beter dan de scherpzinnige (die zou willen weten wat het 'hart' dan precies is). Maar om aan die 'tegenstelling' vast te houden, zou ingaan tegen de inzet van de auteur, namelijk om het tweestromenland van de continentale (diepzinnige) en analytische (scherpzinnige) filosofie te overbruggen.
Denken met het hart is een echt studieboek. Het zou bijvoorbeeld goed behandeld kunnen worden op een studiekring filosofie. Het aantrekkelijke is dat belangrijke christelijke intellectuele identificatiefiguren op hoofdlijn worden geïntroduceerd. Het is daarom erg leerzaam, Dit wordt versterkt door het feit dat de auteur verschillende citaten heeft opgenomen die op zichzelf de moeite waard zijn om langer over na te denken. Een klein minpunt is dat het streven naar volledigheid er hier en daar toe leidt dat de nieuwsgierigheid wordt geprikkeld zonder dat ze bevredigd wordt. Ook is er hier en daar een paragraaf opgenomen die de vloeiende verhaallijn net even doorbreekt. Dat laat onverlet dat Denken met het hart aan te raden is. Het boek is geschreven voor iedereen die zich afvraagt hoe hoofd en hart bij elkaar komen. 'Want Gij hebt
ons geschapen voor U. En onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U, 0 God!'
Denken met het hart
Christelijke filosofie in de traditie van Augustinus en Calvijn
Auteur: Bas Hengstmengel
Uitgever: Buijten - 2015
ISBN: 9789058816719
Methode/serie: Verantwoording
Bindwijze: Paperback
Aantal paginas: 331
Calvinisme en filosofie lijkt geen gelukkige combinatie. Laat de calvinistische leer van de allesdoortrekkende zonde wel ruimte voor beoefening van de wijsbegeerte? Toch bestaat er tot op de dag van vandaag een respectabele school van filosofen die teruggrijpen op zowel Aurelius Augustinus als Johannes Calvijn. Dit boek laat je op een heldere, toegankelijke manier kennismaken met deze denkers.
Bas Hengstmengel laat zien hoe de gereformeerde wijsgerige beweging zich heeft ontwikkeld binnen de christelijke filosofie. Daarbij besteedt hij ook aandacht aan het (neo)thomistische denken dat vooral bij rooms-katholieke filosofen navolging vond. Hij begint bij Augustinus en trekt de lijn door naar denkers als Thomas van Aquino, Duns Scotus, Luther, Calvijn, Kuyper, Bavinck, Dooyeweerd en Plantinga.
Behalve voor de overeenkomsten, is er aandacht voor de verschillen binnen de veelkleurige beweging van gereformeerde wijsgeren. Zo is het denken van Dooyeweerd nadrukkelijk op het continentaal-wijsgerige, kantiaanse denkveld georiënteerd, terwijl Plantinga vol overtuiging een analytisch-wijsgerige methode hanteert. Dit heeft onder andere implicaties voor de wijsgerige theologie.
Aan het eind van het boek wordt de christelijke filosofie in de traditie van Augustinus en Calvijn gepresenteerd als denken met het hart.