Van wie is de democratische rechtsstaat? Van het volk? Van de rechter? Van de progressieve voorhoede? Of van de boze burger die zich niet langer gehoord voelt?'
In De neutrale staat ontleedt Paul Frissen de revolutionaire tijdgeest waarin populistisch rechts en activistisch links elkaar bestrijden, maar tegelijk opvallend veel op elkaar lijken. Beide claimen de democratie. Beide claimen de rechtsstaat. En beide dreigen de pluraliteit te verstikken die zij zeggen te verdedigen. Frissen laat zien hoe Nederland, ooit trots gidsland, verstrikt raakte in technocratie, morele superioriteit en een maakbaarheidsdenken dat de staat steeds minder neutraal maakte. In een samenleving die cultureel gespleten is en politiek polariseert, komt de democratische rechtsstaat zelf onder druk te staan.
Tegenover revolutionair elan en bestuurlijke overmoed plaatst Frissen een ongemakkelijke maar noodzakelijke positie: conservatief pluralisme. Geen nostalgie, geen reactionaire politiek, maar een pleidooi voor matiging, terughoudendheid en een politiek neutrale staat die verschil beschermt zonder het te willen oplossen. De neutrale staat is een uitdagende en tegendraadse verdediging van pluraliteit in een tijd die gebeten is op gelijk, zuiverheid en overwinning. Wie de democratische rechtsstaat wil behouden, moet bereid zijn zich haar niet te willen toeeigenen.
'Paul Frissen heeft er zijn specialisme van gemaakt om de staat en zijn dienaren te tuchtigen.' – Martin Sommer in de Volkskrant
Paul Frissen (1955) is decaan bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur in Den Haag en emeritus hoogleraar bestuurskunde aan Tilburg University. Eerder publiceerde hij onder meer De staat van verschil (2007), De fatale staat (2013), Het geheim van de laatste staat (2016) en De integrale staat (2023).