Ons assortiment

Uitgebreid zoeken


Winkelwagen

1 artikel€ 11,99

Inhoud bekijken


Inloggen

Wachtwoord vergeten
Registreren

Willem de Zwijger

Willem de Zwijger
Titel: Willem de Zwijger
Auteur: Zeeuw JGzn, P. de
Bestelnr.: 9789461151001
Prijs : € 15,95
Voorraad: Onbekend
Dit artikel is leverbaar.
Plaats in winkelwagentje
Vorige

Willem de Zwijger, P. de Zeeuw, MJ Ruissen (eindred) 

EAN: 9789461151001
 

Toen keizer Karel V liet weten dat Willem, de oudste zoon van graaf Willem van Nassau, de bezittingen van René van Chalon had geërfd, gaf dat veel onrust op de Dillenburg. Willem werd prins van Oranje en kreeg rijke bezittingen in de Nederlanden. Hiervoor zou hij in Brussel rooms-katholiek opgevoed moeten worden, terwijl zijn moeder Juliana biddend achterbleef. 

Toen Karel op 25 oktober 1555 terugtrad als koning van Spanje, keizer van Duitsland en heer der Nederlanden, leunde hij op de schouder van de 22 jaar jonge prins. Hieruit sprak zijn groot vertrouwen in Willem van Oranje. 

Maar zijn opvolger, koning Filips II, haatte hem. En toen prins Willem van de Franse koning te horen kreeg dat deze van plan was om al de ketters uit te roeien, besloot hij voor hen partij te kiezen. Wijselijk liet hij dat niet merken, waardoor hij zijn bijnaam Willem de Zwijger eer aan deed. 

Tevergeefs deed Willem verschillende invallen in de strijd tegen Alva en lange tijd leek zijn strijd hopeloos. Terwijl verschillende broers van hem sneuvelden, bleef hij wonderlijk gespaard. Na de inname van Den Briel en de bevrijding van Leiden kwam er een keer ten goede. Kardinaal Granvelle kon dat niet verdragen en hij hitste Filips II op om hem in de ban te doen. De moordenaar van de prins werd een rijke beloning beloofd. De tweede aanslag op zijn leven overleefde Willem van Oranje niet. Zo offerde hij zichzelf op voor onze vrijheid.

Nog steeds zitten de Oranjes op de Nederlandse troon en is er met hen een sterke band.

 

 

Inhoudsopgave 

Woord vooraf 

Een belangrijke tijding
Jonker van de keizer
Edelman van de bedkamer
Aan het hoofd van het leger van de keizer
Een schitterende plechtigheid
Een zwaar verlies
De goede prins
De slimme prins
Het afscheid van koning Filips II
Oranje en Granvelle
Oudejaarsdag 1564
Een onrustige tijd
De boodschap van de marskramer
En nu komt Alva
De prins trekt over de Maas
Donkere dagen
Het begin van de bevrijding
Alva's wraak
Na lijden verblijden
Voor- en tegenspoed
De oude vijand, Granvelle, leeft nog
Een aanslag op het leven van de prins
Prins Willems dood
Het Wilhelmus
Om te onthouden
Eenvoudige vragen 


Woord vooraf 


In dit boek wordt de levensgeschiedenis verteld van Willem van Oranje, de Vader des Vaderlands. 

Hij was zijn tijd ver vooruit, want toen iedereen in Europa nog van mening was dat een vorst het recht had om over de gewetens van hun onderdanen te heersen, durfde hij te pleiten voor gewetensvrijheid. 

Men heeft hem 'Willem de Zwijger' genoemd, maar deze naam was als scheldnaam bedoeld. Men noemde hem zo, omdat ze vonden dat Willem van Oranje een stugge, listige zwijger was. Maar dat was allerminst het geval. Alleen als het nodig was, zweeg hij. Daarmee toonde hij de waarheid van het spreekwoord: 'Spreken is zilver, maar zwijgen is goud.' Hij bleek een wijs man te zijn en daardoor heeft hij veel kunnen bereiken. 

Als het in het belang van het volk was, zweeg hij. Bovenal heeft hij gezwegen, toen God tot hem sprak. Tegenover God heeft hij de hand op de mond gelegd en gezwegen. Iemand die zwijgt, luistert; iemand die zwijgt, gehoorzaamt. In dat opzicht was Willem van Oranje echt 'Willem de Zwijger'. Zo eren wij hem nog steeds! Hij is de grondlegger van ons nationaal volksbestaan en wij danken God voor wat Hij ons in deze Vader des Vaderlands heeft geschonken. 


1. Een belangrijke tijding
 


In het jaar 1544 rijdt een ruiter in volle galop door het dal van het riviertje de Dille in de richting van het trotse kasteel, dat daar ginds in de verte op de top van een heuvel ligt. De ruiter heeft blijkbaar een verre tocht achter de rug, want hij is bedekt met stof en zijn paard is druipnat, zó erg zweet het beest. 

Aan de zadelknop hangt een loden koker en nu en dan voelt de ruiter eens, of die koker er nog hangt. Stel je voor, dat hij die verliezen zou. Daarin zit immers een heel belangrijke brief met een gewichtige boodschap van keizer Karel V voor Graaf Willem van Nassau, die in de verte op kasteel 'de Dillenburg' woont. 

De ruiter is er heel trots op dat de keizer hèm heeft uitgekozen om deze belangrijke boodschap over te brengen. Daar­om wil hij deze taak extra goed uitvoeren en mag hij deze koker niet verliezen. Stel je voor... 

In de verte ziet de ruiter intussen het trotse kasteel oprijzen; nog een ruim half uur rijden en dan zal hij er zijn. Gelukkig maar, want hij begint behoorlijk moe te worden. Het is wel heel aardig om boodschapper te mogen zijn voor de machtige keizer, maar nu vindt hij dat de reis wel lang genoeg geduurd heeft. Hij heeft zich moeten haasten, omdat de keizer er nog bij gezegd heeft dat er spoed bij was. Hij moet opschieten om zo gauw mogelijk op de Dillenburg te zijn. 

Gelukkig, daar zal hij kunnen uitrusten van de vermoeiende tocht. Dat weet hij wel, want gravin Juliana van Stolberg is buitengewoon gastvrij. Hoewel zij een groot gezin heeft, vindt zij toch altijd weer gelegenheid om vermoeide reizi­gers gastvrij op te nemen, zieken te bezoeken en bedroefden te troosten. 

Nu nadert de ruiter de heuvel, waarop het trotse kasteel ligt. Hij laat zijn paard langzaam stappen, want het dier is doodmoe en het valt niet mee om tegen de hoge heuvel op te komen. 

Intussen is zijn komst op de Dillenburg al ontdekt. Op een van de hoge uitkijktorens van het kasteel staat een jongen tussen de kantelen door naar beneden te gluren, naar het dal. Het is Willem, de oudste zoon van Willem van Nassau en Juliana van Stolberg. Hij was op 24 april 1533 geboren en na hem volgde er nog een rij broertjes en zusjes. Op het slot waren bovendien nog meer kinderen. Dat zijn halfbroers en een halfzussen van Willem, want moeder Juliana was eerst getrouwd geweest met Filips van Hanau. Uit dat huwelijk had ze vier kinderen gekregen. En vader Willem had uit zijn eerste huwelijk een dochter gekregen, zodat Willem eigenlijk nummer zes was. 

 

De lessen van dominee Sarcerius hadden die middag nogal lang geduurd. Willem had zitten popelen van ongeduld. Hij is een ijverige leerling, maar met dit prachtige zomerweer wil hij toch liever in de vrije natuur zijn. Daar had de meester geen rekening mee gehouden, die moet ervoor zorgen dat de kleine graven en gravinnen een flinke ontwikkeling krijgen en daarvoor doet de leermeester goed zijn best. Hij wil knappe kinderen van hen maken. 

Opeens ontdekt Willem de ruiter. 'Hé,' mompelt hij, 'die ruiter rijdt verbazend hard en hij komt regelrecht naar de Dillenburg. Wat zou die voor boodschap hebben?' 

Nieuwsgierig springt de jongen van zijn hoge standplaats af en rent naar beneden. Juist als hij de poort bereikt, weerklinkt de trompet van de ruiter. Dit is het teken, dat hij binnengelaten wil worden. 

Even later wordt de poort geopend en rijdt de ruiter naar binnen. Vlug springt hij van het dampende paard, dat door een stalknecht wordt weggeleid. Hij vraagt: “Wilt u mij direct aandienen bij Graaf Willem? Ik heb een belangrijke boodschap voor hem.” 

De dienaar die de komst van de ruiter aankondigt, krijgt bevel om hem onmiddellijk binnen te brengen. 

Beleefd buigend komt deze enige ogenblikken later de grafelijke woonkamer binnen en daar overhandigt hij de loden koker aan Graaf Willem. 

Terwijl de graaf de inhoud van de koker onderzoekt, begint gravin Juliana vriendelijk een gesprek met de ruiter. 

'Hebt u een verre reis gemaakt?' informeert ze. 

En de man antwoordt: 'Ik kom regelrecht uit Frankrijk, genadige vrouw. Van het slagveld bij Saint Dizier.' 

'Dan zult u wel vermoeid zijn,' meent ze, 'U moet de nacht op het kasteel doorbrengen en als u goed bent uitgerust, kunt u terugkeren. Maar voor u gaat slapen, moet u eerst lekker gaan eten.' 

De gravin grijpt een zilveren tafelschel en even later verschijnt een lakei, die de opdracht krijgt om de bode een flinke maaltijd voor te zetten. 

Zodra de man verdwenen is, informeert Juliana naar de inhoud van het schrijven. 

'Onze neef René van Chalon is bij Saint Dizier gesneuveld,' vertelt Graaf Willem aan zijn vrouw. 

'Verschrikkelijk toch!' 

'Hij heeft een zware schouderwond opgelopen en aan de gevolgen daarvan is hij op 21 juli overleden.' 

'Arme Anna van Lotharingen,' zucht de gravin, 'nu blijft ze alleen achter, want kinderen heeft ze niet.' 

'Dat is het nu juist, vrouw. Omdat René zonder kinderen gestorven is, heeft Willem, onze oudste jongen, al zijn bezittingen geërfd. Hij heeft wel een dochtertje gehad, maar dat is maar drie weken oud geworden. Zij ligt begraven in de grafkelder van de Grote Kerk te Breda.' 

'Maar het is toch niet waar dat onze Willem zo'n rijke erfenis heeft geërfd?' 

'Jazeker, het is waar. Ik heb hier een brief van de keizer, waarin het zwart op wit staat geschreven. Een maand ongeveer vóór zijn sterven heeft René zijn testament opgemaakt en daarin heeft hij onze Willem als zijn enige erfgenaam aangewezen.' 

'Hoe is het mogelijk, dat de keizer dit testament heeft goedgekeurd?' vraagt Juliana. 'Wij zijn luthers en nu zullen dus al de bezittingen van René in handen van ketters komen.' 

Inderdaad betekenen die bezittingen nogal wat, dat weten graaf Willem en zijn vrouw heel goed. Door deze erfenis wordt de jonge Willem Prins van Oranje. Maar ook krijgt hij de uitgestrekte bezittingen in de Nederlanden: Breda, Steenbergen, Roosendaal en Oosterhout. Verder zal hij Burggraaf van Antwerpen worden en later misschien ook stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht, Gelre en Zutphen. 

Er komt een glimlach op het gezicht van gravin Juliana, als zij denkt aan de rijke erfenis die haar oudste jongen nu opeens heeft ontvangen. Maar die glimlach verdwijnt als haar man, graaf Willem, haar vertelt wat de keizer nog meer schrijft. 

Hij leest voor: 'Als voorwaarde voor het verkrijgen van de erfenis, heeft Karel V bepaald dat Willem aan het hof te Brussel wordt opgevoed.' 

'Maar, dat is onmogelijk,' roept zij verschrikt uit, 'dan zullen ze daar onze Willem weer rooms-katholiek maken. Dat is het doel van de keizer, ik begrijp dat best.' 

'Ja, lieve vrouw, daar ben ik ook bang voor. Maar daar is niets aan te doen. Wanneer wij Willem niet naar Brussel laten gaan, krijgt hij de erfenis niet. Wij moeten het dus zelf weten.' 

'En tot nu toe heb ik elke dag met mijn kind kunnen bidden en hem de weg naar de hemel gewezen.' Juliana zucht diep. 'Heb ik daarvoor ons kind door dominee Sarcerius laten opvoeden in de leer van Luther?' 

Graaf Willem probeert zijn vrouw te troosten. 'Jij moet je niet zo van streek laten maken,' vindt hij, 'het zal nog wel meevallen en in elk geval is onze oudste zoon nu een rijke prins geworden. En de Heere kan ook jouw gebed voor hem verhoren. Je weet toch wel hoe standvastig Luther geweest is, toen hij voor de Rijksdag te Worms voor zijn vijanden stond? Tegenover de machtige keizer Kartel V, de voorname kardinalen en bisschoppen van de Roomse Kerk, zei hij: “Hier sta ik, ik kan niet anders. God helpe mij!” Ik was daar zelf ook als een van de Duitse vorsten bij aanwezig. Laten we hopen dat onze Willem ook zo standvastig zal zijn.'

Onbekend

Er is (tijdelijk) geen informatie over de actuele voorraad.